De betekenis van het woord psychotherapeut
Wat doet een psychotherapeut?
De therapeut:
is nodig om het geroezemoes, dat opborrelt uit het zelf, op te merken. In het contact met de cliënt is de therapeut niet bezig met pathologie en ellende maar met levensenergie, die beangstigend, bevroren, verkracht of platgewalst aanvoelt. Bezig zijn met lijden heeft zin, omdat er daaronder levenslust en menselijke waarde te vinden is. Therapie betekent klemgeraakte kracht en vitaliteit opnieuw helpen beschikbaar maken zodat die opnieuw gebruikt kan worden.
wil het doen en laten van zijn cliënt begrijpen en helpt de cliënt zich bewust worden van de dynamiek die zich afspeelt in de innerlijke leefwereld. Hij bestudeert niet het gedrag, maar probeert voeling te krijgen met wat er gebeurt in de beleving, waarin de realiteit verinnerlijkt is. Problematisch gedrag wordt gestuurd door het verinnerlijkte beeld van de buitenwereld en van zichzelf, dat zich geïnstalleerd heeft als norm (“zo ben ik en zo ziet de wereld eruit”). Dat beeld is het product van de totaliteit aan ervaringen die iemand heeft meegemaakt.
helpt een wending te geven aan wat er in die innerlijke leefwereld gebeurt; een ervaring scheppen die de oude ervaring corrigeert. Wanneer een cliënt met therapie een patroon wil veranderen, dan zal het veranderingsproces zich in de eerste plaats op de innerlijke scene moeten situeren. De verinnerlijkte ervaring dicteert: gebaseerd op negatieve ervaring kent het scenario, dat zich afspeelt op de innerlijke scene, alleen maar een negatief einde. Een cliënt kan alsnog ervaren, dat datgene wat niet mogelijk bleek, wel degelijk mogelijk is en dus tot de mogelijkheden behoort.
helpt de cliënt zijn oude ervaring te relativeren en te accepteren dat de wereld breder is dan wat hij uit zijn vroegste ervaring heeft geleerd. De therapeutische ervaring is een aanvulling op de eigen geschiedenis en moet geïntegreerd worden in een nieuw zelfbeeld, dat meer congruent is met het zelf, en een nieuw beeld van de buitenwereld, dat dichter bij de realiteit staat. Op die manier krijgt de cliënt een nieuw beeld dat richtinggevend is voor het omgaan met de buitenwereld en de verwachtingen die hij daarbij mag hebben. De realiteit is daarmee niet veranderd, wel de perceptie van de realiteit en van zichzelf.
helpt de cliënt de oude scene in beeld te brengen en vanuit zijn volwassen beleving een situatie te scheppen waarin hij als kind kan ervaren dat het kan krijgen waar het recht op had maar wat het in zijn geschiedenis niet gekregen heeft. De blauwdruk van actuele patronen ligt immers in de kinderlijke ervaring en het is de blauwdruk die correctie behoeft. Op kindniveau wordt een symbolische ervaring opgebouwd die een tegenwicht vormt voor de oude frustrerende en traumatische ervaring. Symbolisch betekent hier: datgene wat in het hier en nu geen realiteit is, maar wat in de realiteit wel mogelijk is of mogelijk zou kunnen zijn geweest.
helpt de cliënt zijn lichaamssignalen te volgen om hem zo opnieuw toegang te laten krijgen tot de onvervulde behoefte en de frustrerende of traumatische ervaringen die daaraan verbonden zijn. Het lichaam weet hoe het met de invulling van de basisbehoeften gesteld is. Als er op dit lichamelijk niveau niet in werd voorzien wat nodig was, dan zal dit tekort zich ook in de emotionele ontwikkeling weerspiegelen. Basisbehoeften hebben een lichamelijk grondslag (geborgenheid, gevoed worden, verzorgd en geknuffeld worden, steun en houvast krijgen, grenzen voelen, ruimte krijgen). De symbolische ervaring wordt gedragen en verdiept als in de therapie het lichamelijke belevingsniveau ingebouwd kan worden.
www.therapiet.nl




